Straatkinderen en bedelen.
Er was eens een gezin met 5 kinderen, de moeder is Christen de vader is zwaar alcohol
verslaafd en niet gelovig, en daarnaast mishandeld hij zowel zijn vrouw als kinderen.
De 5 kinderen groeien op, maar bezorgen de school waar zij naar toe gaan veel ellende
doordat zij alleen maar rottigheid uithalen en verzuimen. Als ze op school niet verschijnen
zijn ze op straat en halen daar rottigheid uit dit gaat van kwaad tot erger, ze komen dan
ook regelmatig met de politie in aanraking. Als de kinderen thuis zijn dan worden
zij zeer regelmatig door hun vader mishandeld en geslagen, maar zien dat ook met hun
moeder gebeuren. Bovendien is er thuis geen aandacht voor hun en is er weinig
of geen eten,waardoor de kinderen honger lijden. De kinderen komen dus steeds minder
thuis en deze jongen komt steeds meer in contact met slechte vrienden en komt hierdoor
steeds meer in de problemen, omdat hij samen met zijn vrienden rottigheid uithaalt en
probeert op deze manier te overleven . Deze kinderen ervaren thuis dus geen liefde en iemand
die voor hun zorgt, ook al doet de moeder wat zij kan maar ook zij is slachtoffer van het
geweld in het gezin. Af en toe gaat hij nog naar school en komt zo via school
in de zomervakantie op een christelijk kinderkamp terecht. Hier hoort hij over God
praten en wordt eruit de Bijbel gelezen, dit alles maakt wel indruk op hem . Maar eigenlijk
vraagt hij zich tijdens dit zomerkamp af, waarom heb ik zoveel ellende en waarom helpt
God mij dan niet. Maar hoe mooi hij de verhalen ook vindt , na de zomervakantie komt
hij toch weer in contact met zijn slechte vrienden, en blijft hij meer en meer in de
problemen komen . Maar de goede vriend zoals hij dat noemt laat hem niet los en helpt hem
waar hij kan. Zo leert hij dat er ook mensen zijn die van hem houden en om hem geven.
Door deze goede vriend en zijn helpers weet hij de slechte vriend en zijn vrienden achter
zich te laten en een ander leven op te bouwen. Inmiddels komt hij soms thuis en vertelt
hij waar dat kan de andere straatkinderen over zijn vroegere en huidige leven en helpt hij
hen waar mogelijk is. Deze jongen noemt de goede vriend God en de slechte vriend Satan.
Het verhaal van deze jongen is een verhaal wat geldt voor veel van de straatkinderen,
door de ellende thuis vluchten zij de straat op in de hoop een beter leven te zullen krijgen.
Mijn moeder heeft ook in een kindertehuis gezeten. Toen zij 18 was is ze op straat beland
en zwanger geworden van mij. Mijn vader ken ik niet. Ik zelf ben opgegroeid in een
kindertehuis toen ik 18 jaar was ben ook ik op straat beland. Ook ik raakte zwanger en had
geen onderdak voor mij en mijn kind. Samen met mijn kind heb ik de eerste 1 1/2 jaar
van haar leventje op straat geleefd. Niet in een huis, maar onder een stukje plastic .
Inmiddels heeft zij dankzij een hulp-verlener onderdak gevonden in een project voor
moeder en kind en ontwikkelt het kind zich goed en doet de moeder alles wat ze kan
om haar kind te houden en te voorkomen dat het in een kindertehuis terecht komt.
Veel van de straatkinderen zijn net als deze jongen in het eerste stukje weggelopen van
thuis of hun familie. Maar ook zijn er straatkinderen zoals deze jonge vrouw die afkomstig
zijn uit de staatskindertehuizen. Die de jongeren nadat zij 18 jaar zijn geworden en geen
opvang hebben op straat zetten. Dit daar zij met 18 jaar voor de Roemeense wet meerderjarig
zijn en dus voor zichzelf moeten kunnen zorgen. In een paar kindertehuizen is hierin een
kleine verandering waarneembaar en kunnen ze hier soms langer blijven. Maar dat neemt
niet weg, dat er nog velen zijn die op straat belanden . In het westen bestaat het beeld
dat in zigeunerfamilies vaak goed voor elkaar wordt gezorgd, helaas is dit niet altijd
het geval. Een aantal van de straatkinderen die wij ontmoet hebben zijn zigeunerkinderen
die op straat proberen te overleven . Zij zijn van huis weggelopen, om diverse redenen
zoals bv. mishandeling. In februari 2006 ontmoeten wij een zigeunermeisje van ongeveer
12 jaar wat voor haar 10 jarige broertje zorgt nu zij samen op straat leven. Ook dit is de
realiteit onder straatkinderen. Maar gelukkig zijn er ook zigeunerfamilies die wel
voor hun kinderen zorgen en families die kinderen van broer of zus opvangen,al gebeurt
dit veel te weinig. Mede omdat veel families amper zelf financieel hun hoofd boven water
kunnen houden en eigenlijk geen geld hebben om de kinderen van familieleden ook nog
eten te geven.
Je ziet dan ook veel straatkinderen bedelen om geld, en dan vooral op locaties waar veel
toeristen komen. I.p.v. geld is het beter om ze wat te eten te geven, te denken valt aan een
brood of fruit, maar dan niet in een plastic zakje, want dit gebruiken ze dan om te snuiven.
Het geen wat ze snuiven is een soort verf-verdunner als thinner , waardoor ze high
worden en eigenlijk te vergelijken is met drugs. Het tast bij veel en langdurig gebruik de
hersenen aan en ‘’vreet’’ hun hele lichaam op. Je ziet ook jonge kinderen die al lopen te
snuiven ,de lijmsnuivers hopen op deze manier even de ellende te vergeten.
Naast Jongeren en moeders met kinderen zie je ook ouderen bedelen op straat omdat
ze niet rond kunnen komen van hun kleine pensioentje van € 25,00 per maand of nog minder.